Over het actuele boeteregime in de bijstandswetgeving na CRvB 11 januari 2016

De praktijk van Maatregelen en Boetes in de Participatiewet ** a

8,2 Cursisten beoordeling

< Terug naar resultaten

Over het actuele boeteregime in de bijstandswetgeving na CRvB 11 januari 2016

Doelgroepen:
Advocaat, Gemeentejurist
Ook interessant voor:
Rechterlijke macht, Rechtsbijstandjurist, Vakbondsjurist
Aantal punten:
NOvA 4 J (PO)
Prijs: € 340,-
(excl. btw)
  • Met veel aandacht voor de actualiteit en toegesneden op de juridische praktijk!
Wil je deze cursus - eendaags met een groep volgen? Vraag dan naar onze maatwerk opties
4
Omschrijving

Omschrijving


Op 24 november 2014 heeft de CRvB een uitspraak gedaan (ECLI:NL:CRVB:2014:3754) die de kern van de Wet aanscherping handhaving en sanctiebeleid SZW-wetgeving (Fraudewet) raakt en grote gevolgen heeft voor de uitvoering.

De minister heeft gezien deze uitspraak gemeenten opgedragen om de uitvoering van de Fraudewet onmiddellijk in overeenstemming te brengen met deze uitspraak.
De hoogte van de boetes voor fraude met uitkeringen is daarom aangepast. Gemeenten beoordelen op dit moment overtredingen op de ernst van de overtreding en de omstandigheden en moeten meer rekening houden met de verwijtbaarheid van de overtreder.

Totdat de reparatiewetgeving in werking treedt geldt nu in de praktijk het boeteregime zoals dat door de jurisprudentie wordt aangegeven.

Op 23 juni 2015 heeft de Centrale Raad van Beroep de eerste uitspraken gedaan over het boeteregime in bijstandszaken.

De Raad bepaalde dat boetes voor bijstandsgerechtigden die ten onrechte geld hebben ontvangen, moeten worden afgestemd op individuele omstandigheden. De Raad deed uitspraak in vier zaken over de Wet aanscherping handhaving en sanctiebeleid in bijstandszaken. De Fraudewet heeft als uitgangspunt dat standaard een boete wordt gegeven die even hoog is als het bedrag dat terugbetaald moet worden. De Raad vindt dat onterecht en stelt dat de verwijtbaarheid mee moet wegen bij het vaststellen van de boete.

Zeer recent zijn de vervolguitspraken van de Raad op11 januari jl, waarmee de Raad de bijstandsboetes verder aan banden legt.

Deze uitspraken betreffen boetes die door gemeenten in verband met bijstandsverstrekking zijn opgelegd.

De CRvB geeft een concrete invulling van de manier waarop de draagkracht van belanghebbende moet worden betrokken bij de hoogte van het boetebedrag.

In deze uitspraken van 11 januari 2016 beoordeelt de Raad o.a. of de boete evenredig is gelet op de draagkracht van de overtreder. Bijstandsgerechtigden hebben slechts een beperkte draagkracht. De Raad vindt dat na de bepaling van het uitgangsbedrag de uiteindelijke hoogte van een boete zodanig moet worden vastgesteld, dat deze binnen een redelijke termijn kan worden voldaan. Anders zou een betrokkene zeer langdurig moeten leven op het absolute minimum.

De CRvB gaat uit van een maximale termijn van twee jaar als uitgangspunt. Bij de vaststelling van die termijn moet ook rekening worden gehouden met de mate van verwijtbaarheid van betrokkene, zodat de periode ook korter kan zijn.


En dan op 27 januari 2016 diende de minister een wetsvoorstel in tot wijziging van sociale zekerheidswetten in verband met de bestuurlijke boete.
(http://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/wetsvoorstellen/detail?id=2016Z01763&dossier=34396)

De hoogte van de boete wordt nu afhankelijk van het al of niet opzettelijk overtreden van de zogenoemde inlichtingenplicht.
Om rechtsongelijkheid te voorkomen tussen bijvoorbeeld de boetes die gemeenten opleggen aan hun bijstandsontvangers zal Asscher later een boetebesluit socialezekerheidswetten uitvaardigen. Daarin worden dan de berekening van de hoogte van de boetes, de criteria en de situaties waarin een waarschuwing wordt gegeven uitgelegd.
Dit besluit volgt als de Tweede Kamer en de senaat met de versoepeling van de Fraudewet hebben ingestemd.



Docenten:
mr. Hans Nacinovic, auteur en docent bijstandswetgeving, directeur De Legibus
mr. MFG (Marion) Maes, senior gerechtsauditeur, Centrale Raad van Beroep






Leerdoelen

Overige informatie

Programma

Programma


Maatregelen:
Geüniformeerde plichten en maatregelen:
- hoogte, duur
- herziening
Niet geüniformeerde plichten en maatregelen

Boetes:
1) Doelstelling Fraudewet (incl. wijzigingen Fraudewet volgens wetsontwerp van 27 januari 2016)
2) Overgangsrecht
3) Aan wie kan boete worden opgelegd
4) Vaststellen hoogte van de boete:
* verwijtbaarheid
* evenredigheid
* bewijs en bewijslast
* recidive
* zwijgrecht en cautie en overige rechtswaarborgen
* toetsingsmodel (stappenplan)
5) Invordering boete

Contact

Contact

Voor meer informatie kun je contact opnemen met één van onze medewerkers van de klantenservice.