ook na de tweede brief van staatssecretaris Wiebes én het rapport van de Commissie Boot zeer relevant.

Werken met ZZP'ers; het veranderde speelveld door de Wet DBA ** a

6,8 Cursisten beoordeling

< Terug naar resultaten

ook na de tweede brief van staatssecretaris Wiebes én het rapport van de Commissie Boot zeer relevant.

Data:
27 november 2017 (toon tijden)
Locatie:
Utrecht
Doelgroepen:
Advocaat, Bedrijfsjurist
Ook interessant voor:
Jurist overig, (semi) Overheidsjurist, Rechtsbijstandjurist, Vakbondsjurist, Medewerker Loonadministratie/P&O
Aantal punten:
NOvA 5 J (PO)
Prijs: € 490,-
(excl. btw)
  • Met veel aandacht voor de actualiteit en toegesneden op de juridische praktijk!
Wil je deze seminar met een groep volgen? Vraag dan naar onze maatwerk opties
5
Omschrijving

Omschrijving

Samenvatting
Afgelopen vrijdag 18 november heeft Staatssecretaris Wiebes zijn tweede Voortgangsbrief over de Wet DBA gepresenteerd. In die brief heeft hij enkele aanpassingen aangekondigd én presenteerde hij het rapport van de Commissie Boot.
De kern van de brief is dat handhaving door de Belastingdienst wordt uitgesteld tot begin 2018, de Wet DBA wordt niet aangepast. In de tussentijd moet worden nagedacht over een andere invulling van de begrippen 'gezagsverhouding' en 'vrije vervanging'. Wiebes wil met de sociale partners in overleg over een andere definitie van de arbeidsovereenkomst. Het is natuurlijk zeer de vraag of dat lukt voor de aanstaande Tweede Kamerverkiezingen in maart 2017.

Tot 2018 gaat de Belastingdienst een coachende rol spelen. Maar, handhaving (naheffing en boetes) blijft mogelijk bij kwaadwillenden. Wat Wiebes onder kwaadwillenden verstaat, is voor interpretatie vatbaar. In Bijlage 4 is dat als volgt omschreven: "Kwaadwillend is de opdrachtgever of opdrachtnemer die opzettelijk een situatie van evidente schijnzelfstandigheid laat ontstaan of voortbestaan, omdat hij weet – of had kunnen weten - dat er feitelijk sprake is van een dienstbetrekking (en daarmee een oneigenlijk financieel voordeel behaalt en/of het speelveld op een oneerlijke manier aantast)."

De praktijk met de modelovereenkomsten zal ongewijzigd worden voortgezet door de Belastingdienst, daar verandert voorlopig niets aan. Het is dus nog steeds van belang om de praktijk in lijn te brengen met de Wet DBA. Door deze aanpassingen is de cursus des te meer relevant voor degene die daar in de praktijk mee te maken hebben.

Type
Deze cursus bestaat uitsluitend uit een face to face bijeenkomst.

Leerresultaten
Na het volgen van deze cursus ben je in staat om te beoordelen wanneer er sprake is van een (fictieve) dienstbetrekking en om te werken met een goedgekeurde modelovereenkomst, dan wel om een dergelijke overeenkomst op te stellen.

Vragen aan docent Daniël Maats
1. De gevolgen van de Wet DBA verschillen per bedrijfstak. Wat betekent dat voor jouw advies?
Niet alleen elke bedrijfstak is anders, elke opdracht is anders. Opdrachtgevers en opdrachtnemers doen er verstandig aan om eerst goed te bedenken hoe zij in de praktijk willen samenwerken. Aan de hand daarvan kan je een passende overeenkomst opstellen. Doe je dat niet, dan geef je de Belastingdienst de ruimte om gemakkelijker een naheffing op te leggen.

2. Met welke alternatieve constructies kun je de Wet DBA omzeilen?
Easy fixes bestaan niet in dit geval. Zorg voor een passende overeenkomst, eventueel op basis van een modelovereenkomst, als je inschat dat de Belastingdienst moeilijk kan gaan doen. Wil je dat risico niet lopen, dan kan je denken aan een arbeidsovereenkomst. Natuurlijk is het ook mogelijk om de opdrachtnemer via een payrollbedrijf of intermediair in te schakelen, maar daarmee schrijf je niet alle risico's weg en haal je andere risico's juist binnen. Het is al helemaal geen oplossing om de opdrachtnemer vanuit zijn eigen B.V. te laten werken, dat is volgens de Belastingdienst een 'flinterdunne juridische schil' waar doorheen geprikt wordt.

3. Wat zijn de fiscale consequenties van de Wet DBA die je als jurist moet weten bij je advisering en wanneer verwijs je door?
In de kern draait het om de vraag wanneer sprake is van een arbeidsovereenkomst. Daaromheen moet je verstand hebben van de loonheffingen, zoals wanneer sprake is van een fictieve dienstbetrekking of -regeling, hoe je dat kan voorkomen en de handelwijze van de Belastingdienst. Als je goede afspraken maakt met de opdrachtnemer over zijn aangifte IB, dan kan je bijvoorbeeld al een flink deel van het risico beperken. In de cursus zal ik dat uitgebreid behandelen.

Programma

Programma

Inhoud
In deze cursus wordt allereerst het systeem van de loonheffingen uitgelegd. Aan de hand daarvan wordt uitgebreid stilgestaan bij de vraag wanneer er sprake is van een dienstbetrekking. Daarnaast wordt gewezen op de valkuilen van de fictieve dienstbetrekkingen en hoe die te omzeilen. Vervolgens komt de mogelijkheid om te werken met een goedgekeurde modelovereenkomst aan bod en hoe dat in de praktijk het beste kan worden aangepakt. Ten slotte wordt besproken wat er nog meer in een zzp-overeenkomst zou moeten staan: o.a. welke bepalingen over aansprakelijkheid kan je opnemen, kan je naheffingen en/of boetes op de opdrachtnemer verhalen?

Werkwijze
Deze cursus sluit volledig aan op de praktijk. Je gaat met vakgenoten concreet aan de slag met casus. Want leren doe je het beste met en van elkaar. Je wordt daarbij ondersteund door onze topdocenten, boegbeelden van de juridische praktijk; die weten wat er speelt en met aanstekelijk enthousiasme doceren.

Afronding
Na afloop van deze actualiteitenbijeenkomst ontvang je een certificaat.

Docenten

Docenten

Daniel Maats
arbeidsrechtadvocaat bij BvdV advocaten & belastingadviseurs te Utrecht

Peter Hoogstraten
landelijk vaktechnisch coördinator loonheffingen, Belastingdienst (deelname op persoonlijke titel)

Contact

Contact

Voor meer informatie kun je contact opnemen met één van onze medewerkers van de klantenservice.