Terug
-
Een interview met Vermaat over de ontwikkelingen in het sociaal domein.

Matthijs Vermaat: “Rechtsbescherming in het sociaal domein kachelt achteruit”

Datum: 07-11-2017
Interview

Er zou één aanspreekpunt moeten zijn voor burgers die vragen of klachten hebben over maatschappelijke ondersteuning: hun gemeente. Dat bepleit Matthijs Vermaat, advocaat bij Van der Woude de Graaf Advocaten en docent bij OSR Juridische Opleidingen. “Sommige gemeenten wijzen bij een geschil naar de zorgaanbieder. Dat helpt de rechtspositie van cliënten niet.”

Na drie jaar Wmo als verantwoordelijkheid van gemeenten is Matthijs Vermaat niet pessimistisch. “Uit recent onderzoek van het SCP, van eind oktober, blijkt dat er best veel goed gaat bij gemeenten.” Alleen: als specialist in ‘gehandicaptenrecht’ bij Van der Woude de Graaf, krijgt Vermaat cliënten langs voor wie het gemeentelijke beleid niet goed uitpakt. “Ik werk als een dokter: wij zien alleen mensen die ergens last van hebben.”

Wat is de diagnose, als het gaat om mensen die niet de zorg krijgen die ze verwachtten?

“Iedere casus is natuurlijk uniek. Maar als je kijkt naar gemeentelijk beleid, dan kun je je bij sommige gemeenten afvragen of hun Wmo-beleid  aansluit op wat de wetgever beoogt. Is de dagelijkse uitvoering gericht op de zorg die een kwetsbare burger nodig heeft? In een aantal gevallen zien we dat een gemeente vooral stuurt op ‘toegang tot een zorgdienst’. En mocht er een klacht zijn over de indicatie of de geleverde zorg, dan willen deze gemeenten nog wel eens snel verwijzen naar de zorgaanbieder.”

Wat betekent dit voor die cliënten?

“Gelukkig zijn er veel gemeenten die zeggen: ‘Als je een klacht hebt, kom maar bij ons, het is onze verantwoordelijkheid.’ Er zijn echter ook voorbeelden waar een gemeente stelt dat de zorgaanbieder het aanspreekpunt is bij een geschil. Je snapt: cliënten gaan van het kastje naar de muur, in vaak stroperige procedures. De rechtsbescherming kachelt zo achteruit. Daarnaast zien we ook dat geschillenprocedures soms lang kunnen duren. Het is een onderwerp waar ik regelmatig vragen over krijg als ik een cursus geef. Sommige procedures duren wel driekwart jaar. Dan is het kalf natuurlijk al lang verdronken.”

Hoe kan de rechtsbescherming op dit vlak verbeteren?

“Als de gemeente de zorg moet regelen, dan moet je ook daar kunnen klagen. Ik ben dan ook voorstander van het terugbrengen van deze Wmo-aspecten bij de gemeente. Zodat er één duidelijke procedure is bij klachten of geschillen. Inmiddels zijn er ook wetsvoorstellen in voorbereiding, die dit vastleggen.”

Wat zou je gemeenten adviseren voor hun Wmo-beleid?

“Kijk kritisch naar je beleid. Past je dagelijkse uitvoering bij wat de wetgever beoogt? De wet heeft op zich vrij duidelijke kaders. Alleen spelen er ook financiële kaders. Ik geloof niet dat gemeenten nou een slechte inborst hebben. Maar bij sommige gemeenten vraag ik me wel af: ‘Hebben zij de bedoeling van de Wmo goed voor ogen?’ Eigenlijk zouden gemeenten een soort stresstest moeten doen. ‘Is ons beleid houdbaar als we voor de rechter staan?’ Mijn ervaring is dat je als advocaat, van burgers voor wie gemeentelijk beleid niet aansluit bij de bedoeling van de wetgeving, dit soort zaken meestal wint. Twee van de drie keer valt het kwartje de kant op van mijn cliënten.”

Met wat voor vragen kloppen cliënten bij jou aan?

“Van alles, met name op het vlak van de Wlz en Wmo. Eerst behandelden we veel zaken over hulp in het huishouden. Nu zien we ook veel vragen over begeleid wonen. En voor de toekomst? Dat weet ik nog niet. Maar het kan zijn dat er meer gaat spelen op het gebied van persoonsgebonden budget (PGB). De overheid heeft als uitgangspunt dat burgers zelf hun zaken moeten regelen, samen met hun naasten. Zodra er iets in het PGB verandert, staan er hier vast weer mensen op de stoep.”

Welke kennis of vaardigheden zouden juridische professionals in het sociaal domein verder kunnen aanscherpen?

“Als jurist wil je je misschien focussen op een bepaalde specialisatie. Dat doe ik zelf ook, als specialist in de Wlz, de Wmo en de Jeugdwet. Tegelijk geloof ik in een brede kijk op het sociaal domein. Alle wetten hierbinnen hangen samen. In mijn cursussen benoem ik daarom meestal eerst wat er allemaal is veranderd sinds 1 januari 2015 – in Wmo, Participatiewet, Jeugdwet én Wlz.”

“Daarnaast zijn vaardigheden om cliënten de regelgeving uit te leggen essentieel. Helaas zijn veel burgers minder zelfredzaam dan we soms denken. En juist de mensen die een beroep doen op de Wmo, vinden de regels en procedures lastig te begrijpen. De overheid is hierbij een repeat-player: zij kent de juridische procedures door en door. Cliënten zijn echter niet gewend aan de termen en procedures. De overheid, maar ook advocaten en andere juristen, hebben daarin een taak. Daar zijn vaardigheden voor nodig: om goed te luisteren, vragen te stellen en procedures te vertalen naar taal die cliënten begrijpen.”

Wijziging in huwelijksvermogensrecht

Bij OSR Juridische Opleidingen werk je als juridische professional in het sociaal domein aan je eigen ontwikkeling. Samen met vakgenoten, onder leiding van topdocenten als Matthijs Vermaat. Of je nu op zoek bent naar actuele ontwikkelingen, vaardigheden of verdieping van je kennis. OSR heeft een breed aanbod van cursussen in het sociaal domein.